Om een lokaal te laten voldoen aan deze normen, legt de reglementering op dat de wand- en plafondbekledingen de volgende eigenschappen moeten hebben:
- Gemakkelijk te reinigen en/of te ontsmetten
- Niet-toxisch
- Helder van kleur
- Onrotbaar
- Schokvast
- Niet-absorberend
VERORDENING (EG) Nr. 852/2004 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (Publicatieblad van de Europese Unie L 139 van 30.04.2004 (van kracht vanaf 01.01.2006): Hoofdstuk II: Specifieke bepalingen voor lokalen waar levensmiddelen bereid, behandeld of omgevormd worden (…)
1. Het concept en de inrichting van de lokalen waar levensmiddelen bereid, behandeld of omgevormd worden (…) moeten de toepassing van goede hygiënische praktijken mogelijk maken en met name de contaminatie tussen en gedurende de bewerkingen voorkomen. (…)
b) De oppervlakken van de wanden moeten goed onderhouden, gemakkelijk af te wassen en, desnoods, te ontsmetten zijn. Daartoe is het gebruik van waterdichte, niet-absorberende, wasbare en niet-toxische materialen vereist, alsook een glad oppervlak tot op een passende hoogte voor de bewerkingen, behalve als de exploitanten van de voedingssector aan de bevoegde overheid kunnen bewijzen dat andere materialen daarvoor geschikt zijn.
c) De plafonds, verlaagde plafonds (of, in afwezigheid van een plafond, het binnenoppervlak van het dak) en andere opgehangen uitrustingen moeten zo gebouwd en afgewerkt zijn dat vervuiling verhinderd wordt en condensatie, het verschijnen van ongewenste schimmel en het loskomen van deeltjes wordt beperkt.
|
|